'Netcongestie bewijst: het gaat juist heel goed met de energietransitie'
Het gaat prima met de energietransitie, zegt Dion van Steensel, algemeen directeur van het publieke milieubedrijf HVC. "Maar als we echt willen versnellen, dan moeten we als samenleving infrastructuur niet langer zien als losse businesscase."
“Als een kind zo blij”, noemt Dion van Steensel zichzelf met zijn baan. De directeur van HVC zit midden in een “razend interessante” energietransitie, met alle kansen en spanningen die daarbij horen.
Het publieke bedrijf HVC is op allerlei manieren verweven met grote veranderingen die Nederland te wachten staat. Als afvalinzamelaar (HVC staat van oudsher voor Huisvuilcentrale) probeert HVC de hoeveelheid afval terug te dringen en zich voor te bereiden op een circulaire economie. Als energiebedrijf produceert het energie. En als warmtebedrijf probeert HVC huishoudens te verleiden om gas in te ruilen voor een aansluiting op een warmtenet.
Dion van Steensel. Foto: Riske de Vries
Van Steensel denkt dat zijn bedrijf – dat 52 gemeenten en acht waterschappen als aandeelhouder heeft – bij uitstek geschikt is om transities te begeleiden. “Mensen en bedrijven zijn nu gewend om zelf een gasleverancier te kiezen. En nu wordt gevraagd of ze straks warmte willen van een monopolist. Het geeft dan toch een beter gevoel als die monopolist in publieke handen is.”
Hoe gaat het met de energietransitie?
“Ik denk dat Iedereen het er in Nederland over eens is dat er in het hele energiesysteem ontzettend veel gebeurt. Kijk bijvoorbeeld naar de groei in de hoeveelheid duurzame energie. Het gaat sneller dan in de snelste prognoses stond. Ik bedoel: als er niks gebeurde, dan hadden we ook geen probleem met de netcongestie gehad, want dan werd er geen elektriciteit maar aardgas gebruikt.”
Wat zou er beter kunnen?
“In Nederland zijn we heel erg businesscase-gedreven gaan werken. Een netbeheerder mag pas een nieuwe kabel aanleggen als duidelijk is dat er voldoende klanten zijn om de investering weer terug te verdienen. Er is best iets voor te zeggen om infrastructuur gewoon massaal aan te leggen in plaats van alles maar door te willen rekenen op een bedrijfseconomische manier.”
“Vroeger gebeurde dat ook. Waarom is het in Rotterdam geen enkel probleem om heel veel nieuwe woningen aan te sluiten: omdat daar vroeger veel dikkere warmtepijpen werden aangelegd. Als we nu nieuwe buizen aanleggen, maken we de buis niet te dik omdat anders de businesscase niet uit kan. Als daarachter later een nieuwbouwwijk komt, kan die vervolgens niet worden aangesloten.”
U bent optimistisch. Tegelijkertijd concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving ook dat de kans dat klimaatdoelen worden gehaald, inmiddels kleiner is dan 5 procent.
“De overstap van kolen naar het aardgas ging ook niet in een rechte lijn. Daar zijn ook projecten voor mislukt. Daar moesten ook mensen voor opgeleid worden. SHV, de Steenkolen Handels Vereniging, is bijna failliet gegaan aan die transitie. Natuurlijk zijn er nu ook hobbels.”
De overstap van kolen naar het aardgas ging ook niet in een rechte lijn; natuurlijk zijn er nu ook hobbels”
“Wij zijn in het westen best een behoudzuchtig volkje geworden. We hebben het goed hier. En wat is het kenmerk van mensen die het goed hebben? Die willen het goed houden en geen risico lopen bij een overstap naar wat nieuws. Daarom denk ik ook dat je de transitie niet helemaal aan de commerciële bedrijven moeten overlaten. Die zijn prima om het bestaande aan te passen, maar niet om met wat heel nieuws te beginnen. Laat ik het anders zeggen: wij zouden in de jaren zestig niet zijn overgestapt van steenkolen op aardgas als daar geen overheid bij was geweest.”
Zegt u daarmee te begrijpen dat de regering het plan heeft om commerciële warmtebedrijven te onteigenen, om de levering van warmte in publieke handen te krijgen?
“Het geeft afnemers meer vertrouwen. Ik ben opgegroeid met het idee: je regelt je eigen zaakjes, daar heb ik geen publieke organisatie bij nodig. Maar in de afgelopen zeventien jaar ben ik er toch de waarde van in gaan zien.”
Ook bij u zitten klanten niet altijd op een warmteaansluiting te wachten. Waarom zouden ze u meer vertrouwen dan bijvoorbeeld een Eneco of Vattenfall?
“Natuurlijk, ook bij ons gaat het niet perfect. Bij ons draait het echter niet volledig om geld. Maar ook wij hebben de spanning in ons bedrijf; onze afvalverbranding is erbij gebaat om met een volledige last te draaien en dus veel afval te hebben en toch doen we heel veel aan het terugdringen van de hoeveelheid afval. Ik denk dat gemeenten ons eerder te drammerig vinden als het gaat om afvalscheiding dan dat ze vinden dat we te weinig doen. En dat is echt niet overal zo. De provincie Noord-Brabant heeft zijn afvalcentrale verkocht en dat bedrijf is een paar jaar later naar de rechter gestapt omdat er in de provincie minder afval werd geproduceerd dan per contract was afgesloten.”
Hoeft u geen winst te maken?
"Het gaat niet steeds om de kwartaalcijfers. Veel van onze medewerkers zien ons een beetje als een familiebedrijf. Het gaat om de lange termijn. Eneco was ook van de gemeenten, maar die hebben het verkocht aan Japanners. Dat bedrijf heeft nog steeds dezelfde professionele mensen – en toch voelt het anders. Het gaat hierin ook om perceptie."
“Nu is de vraag misschien: waarom gaat het dan zo vaak mis met overheidsbedrijven? Die hebben nogal een bedenkelijke reputatie, omdat ze geregeld mislukken. Mijn collega’s willen mij natuurlijk graag doen geloven dat anderen prutsers zijn die hun vak niet verstaan. Maar dat is niet waar: die hebben dezelfde opleiding gevolgd. Het probleem is dat een overheidsbedrijf vaak volledig eigendom is van een opdrachtgever. Zo was AEB – dat afstevende op een faillissement – een onderdeel van de gemeente Amsterdam. Daarmee wordt de invloed van de opdrachtgever te groot en krijg je ‘hobby’s’.”
Waarom zijn die hobby’s er niet bij u?
“Wij zijn van zestig verschillende overheden en iedere investering boven de 10 miljoen euro moet langs de aandeelhoudersvergadering. Als je dan een balans hebt van 1,2 miljard euro, dan kun je nagaan dat hier behoorlijk wat besluiten passeren. Een gemeente die een grote investering bepleit, zit anders in de wedstrijd dan de andere gemeenten aan wie wij toebehoren. Die zullen het veel zakelijker bekijken."
U geeft net aan er voorstander van te zijn om infrastructuur gewoon massaal aan te leggen. Is dit niet juist businesscase-gedreven?
“Zo’n beslissing moet worden genomen op systeemniveau. Laat ik een voorbeeld geven: eerder heeft de gemeente Westland ons gevraagd om naar aardwarmte te boren. Wij reageerden: 'Nou, voor ons zijn de risico’s te groot.' Toen zei de gemeente: 'Maar wij vinden het wel een heel goed plan. Als we nou eens de minister bellen om garant te staan?" Daar horen we nooit meer iets van, dachten wij.
En?
“We hadden het mis, want voormalig minister Henk Kamp wilde wel garant staan. Inmiddels hebben we acht plaatsen in het Westland met aardwarmte. In Almere, Lelystad, Den Helder, Sliedrecht en Gorinchem hebben we een opsporingsvergunning gekregen om naar aardwarmte te gaan boren. 80 procent van onze warmte komt nu niet meer van afvalverbranding, maar van een andere bron – zoals geothermie.”
“De eerst proefboring is trouwens wel mislukt; we kwamen op een laag zonder water. Dus we hebben die garantstelling echt wel nodig gehad.”