Dit weet je na het lezen:
- Samenwerking in een energiehub kan toegang tot voldoende capaciteit versnellen, maar vereist dat je als groep goed voorbereid het gesprek met de netbeheerder ingaat.
- Er zijn drie typen groepscontracten: Groeps-TO, C-CBC en Groeps-ATR. Deze contracten hebben allemaal eigen spelregels, voordelen en risico’s. Kies bewust wat bij jouw situatie past.
- Leg verantwoordelijkheden en risico’s goed vast, bijvoorbeeld wie aansprakelijk is als de groep afspraken met de netbeheerder schendt.
- Houd rekening met veranderingen in de groep (zoals uitstappers of groeiplannen), en leg vooraf vast hoe je daarmee omgaat.
Door flexibel gebruik van het elektriciteitsnet kunnen meer partijen sneller toegang krijgen tot elektriciteit. Vaak willen en kunnen ondernemers bijdragen aan oplossingen, zoals groepscontracten. Maar ze lopen vast in regelgeving en ervaren juist een gebrek aan flexibiliteit. Dat blijkt uit het onderzoek Impact netgongestie op ondernemers van VNO-NCW en MKB Nederland. Op de vraag welke informatie ondernemers nodig hebben, gaf 38% aan behoefte te hebben aan kennis over samenwerking met andere bedrijven (zoals energiehubs). Dit stond op de tweede plaats, direct na duidelijkheid over de duur van de wachtlijst.
Drie groepscontracten
Deze behoefte aan kennis over samenwerking is begrijpelijk. Er zijn verschillende contractvormen in ontwikkeling met overlap, nuanceverschillen en soms zelfs verschillende termen voor hetzelfde idee. Wat is wat? En hoe kan een groepscontract aansluiten bij jouw bedrijfsvoering?
Er zijn op dit moment grofweg drie groepscontracten mogelijk: de Groeps-transportovereenkomst (Groeps-TO), het Collectief capaciteitsbeperkingscontract (C-CBC of Groeps-CBC) en het Collectief alternatief transportrecht (Groeps-ATR). Het zijn nog geen vastomlijnde contracten die je naast elkaar kunt leggen. Maar er wordt in pilotprojecten al volop geëxperimenteerd met technieken, financiële modellen, onderlinge verantwoordelijkheden en de juridische vastlegging ervan. Wat je precies vastlegt, wisselt ook per groep.
Risico's ontdekken
Het ACM gedoogt groepscontracten al een tijdje, om ervan te leren. Alleen door ervaring op te doen, kun je ontdekken wat de risico’s en voor- en nadelen zijn. Eind april communiceerde de toezichthouder een ontwerpbesluit dat de Groeps-TO voor grootverbruikers mogelijk maakt. In het najaar wordt een definitief besluit verwacht. Een C-CBC aangaan met de netbeheerder was al mogelijk voor kleinere aansluitingen en geldt nu ook voor bedrijven met een aansluiting groter dan 1 MW.
Het klinkt hoopvol, maar in de praktijk is het nog ingewikkeld. Een groepscontract vraagt om maatwerk. Het kan wel een paar jaar duren voordat de handtekeningen eronder staan. Een goed plan moet bovendien passen in de netsituatie en spreiding in de betreffende regio. Het komt voor dat om die reden een initiatief van welwillende ondernemers die het onderling kunnen regelen, toch niet door kan gaan.
Extra vermogen
Hoewel de contractvormen nog volop in ontwikkeling zijn, zijn de contouren wel scherp. Bij een Groeps-transportovereenkomst (Groeps-TO) bundelen bedrijven hun transportvermogen. Fysieke aansluitingen worden virtueel aan elkaar gekoppeld om vraag en invoeding lokaal op elkaar af te stemmen. Het voordeel is dat bedrijven extra vermogen kunnen gebruiken wanneer hun piek hoger is dan hun (voormalige) individueel gecontracteerde transportvermogen (GTV), dankzij spreiding van piekmomenten of flexibel vermogen bij andere bedrijven.
Het biedt de mogelijkheid om meer transportvermogen te gebruiken dan het individueel GTV, zolang de groep als geheel maar binnen het groeps-GTV blijft. Bij het aangaan van de Groeps-TO vervalt het individuele GTV: de aansluitovereenkomst blijft, maar de Groeps-TO vervangt de individuele transportovereenkomst.
In het contract met de netbeheerder machtigt de groep één rechtspersoon die de groep vertegenwoordigt. Deze entiteit is het aanspreekpunt voor de netbeheerder. Afhankelijk van de netbeheerder wordt verwacht dat deelnemers (ook) individueel tekenen. Partijen die al met een Groeps-TO experimenteren, zijn de Smart Energy Hub in regio Zwolle-noord en XL Business Park Twente (beide samen met Enexis).
Collectieve vermogensgrens
Bij het Collectief capaciteitsbeperkend contract (C-CBC) krijgt een groep bedrijven een collectieve vermogensgrens. Dit betekent dat de groep op verzoek van de netbeheerder op specifieke momenten de afname of invoeding beperkt (tegen een vergoeding). Uitgangspunt daarbij is dat niet iedereen evenveel stroom op hetzelfde moment nodig heeft. Door samen op te trekken en gebruik te maken van ongelijktijdigheid en aanwezige flexibiliteit, kan het net slimmer worden gebruikt. De groep is zelf verantwoordelijk voor de onderlinge verdeling van de capaciteit.
Dit contract wordt gezien als een dienst van een collectief aan de netbeheerder. De Energie Coöperatie Amsterdamse Haven (samen met Liander) en REC Tholen (samen met Stedin) experimenteren al een tijdje met het C-CBC. In Amsterdam zijn via dit groepscontract al 29 bedrijven van de wachtlijst toegelaten op het elektriciteitsnet in het Westelijk havengebied.
Verdeling restcapaciteit
Bij het Collectief alternatief transportrecht (Groeps-ATR) krijgen bedrijven met grootverbruik (meer dan 3 x 80 A) een niet-gegarandeerd transportvermogen. Het collectief krijgt dan controle over de verdeling van restcapaciteit op het net buiten de piekuren. Om deze restcapaciteit zo optimaal mogelijk te benutten, komen deze nieuwe contracten binnen en buiten congestiegebieden beschikbaar. Maar ook hiervoor geldt: ze zijn nog in ontwikkeling. ACM heeft in juli 2024 deze mogelijkheid goedgekeurd, zodat netbeheerders hun processen erop kunnen aanpassen.
Voor alle contractvormen geldt dat bedrijven hiermee toegang kunnen krijgen tot (een bepaalde hoeveelheid) elektriciteit, wat anders misschien niet zou lukken. Hierdoor kan een bedrijf verder met de uitbreiding en/of verduurzaming van de onderneming.
Stappenplan
Als je als groep een wens of plan hebt voor samenwerking, begint de weg van het maatwerk. Alliander, Enexis en Stedin maakten daarvoor gezamenlijk een stappenplan. Aan de basis van iedere dialoog met de netbeheerder ligt het inzicht in energieverbruik, zowel van de groep als van iedere individuele partij. In de praktijk blijken er grote verschillen te zijn tussen kennis over het eigen energieverbruik. Dan volgt het gesprek over stuurbaarheid op processen. Hebben bedrijven de mogelijkheid om te schuiven met de tijd waarop elektriciteit nodig is? En kan dit eventueel anders met techniek of flexibele assets, zoals batterijen?
Ook bij netbeheerders moet het roer om, om processen af te stemmen op de mogelijkheden die ondernemers zien. “We zijn met elkaar aan het pionieren om dit te regelen”, zegt Aukje Sjoerdsma, manager Beter benutten net bij Liander. “Door ons te verdiepen in elkaars mogelijkheden, kunnen we samen de netpuzzel beter maken.”
Juridisch ingewikkeld
Juridisch gezien heeft het groepscontract een aantal ingewikkelde kanten. Sabina Kloppers, advocaat op het gebied van IT recht bij Kennedy Van Der Laan, staat cliënten bij in innovatieve projecten rondom de energietransitie. Zij begeleidt op dit moment verschillende energiehubs bij het sluiten van een groepscontract.
Kloppers ziet, ondanks verschillen tussen de contracten, duidelijke overeenkomsten in de afstemming tussen ondernemers en de netbeheerder. Die begint met het definiëren van het gezamenlijk belang. “Wat komen partijen halen en brengen, in financiële en praktische zin, door middel van assets of transportvermogen? Als die balans is gevonden, is de vraag of daar ruimte voor is bij de netbeheerder en onder welke (juridische) randvoorwaarden.”
Wie is verantwoordelijk?
Een van die voorwaarden heeft te maken met groepsvertegenwoordiging door één (rechts)persoon, waarbij vertrouwen en het afbakenen van verantwoordelijkheden om de hoek komen kijken. Een juridisch addertje is bijvoorbeeld de mogelijkheid die de netbeheerder heeft om het transportrecht in te trekken als de groep zich niet aan de voorwaarden van het contract houdt.
Bijvoorbeeld als de groep boven het afgesproken verbruik uitkomt. Dat maakt individuele deelnemers verantwoordelijk voor het gedrag van anderen in de groep en vraagt om afspraken over aansprakelijkheid en verzekeringen. Een coöperatie kan bijvoorbeeld als geheel een verzekering afsluiten. Of ieder van de deelnemers kan deels verantwoordelijk worden gehouden bij eventuele schade, bijvoorbeeld voor een tiende deel bij een groep van tien deelnemers. Netbeheerders wisselen in aanpak.
Wat als de situatie verandert?
Een belangrijke vraag waarop al verschillende onderhandelingen zijn stukgelopen, is wat er gebeurt als je als deelnemer later uit het collectief wilt stappen of gaat verhuizen. Dan kun je bij de Groeps-TO als individuele partij een lager GTV meekrijgen dan je voorheen had. Omdat de groep samen een lager GTV heeft gekregen (ongelijktijdige afname en invoeding door deelnemers betekent voor netbeheerders een vlakker profiel voor de groep). Bij de Groeps-TO is om die reden een transitieperiode ingebouwd waarin individuele deelnemers terugvallen op hun oude positie.
Bij het C-CBC hebben partijen die zich willen verenigen vaak al een individueel capaciteitsbeperkend contract. Dit komt te vervallen bij het aangaan van het C-CBC. Kloppers: “Op dit punt van transportvermogen zien wij met name bij de Groeps-TO zorgen bij ondernemers. Zij vragen zich af of er vanwege de lagere inschatting door de netbeheerder wel genoeg transportvermogen is voor de hele groep, met name op de langere termijn.”
Groeiplannen
Kloppers vervolgt: “Veel ondernemers verenigen zich juist om te kunnen groeien en ACM stelt dan ook voor om bij het vaststellen van transportvermogen in de Groeps-TO rekening te houden met deze groeiplannen. Er zijn sowieso meerdere variabelen in de toekomst om te overwegen. Denk bijvoorbeeld ook aan een veranderende energiebehoefte of als nieuwe partijen willen toetreden. Samen bespreken we welke procesafspraken je moet vastleggen om te kunnen schuiven bij wijzigingen in de toekomst.”
Regie nemen
De kansrijke vooruitzichten op elektriciteit vragen nogal wat van bedrijven in een groepscontract. Is dat alle inspanning en investering waard? Processen ingrijpend aanpassen in een tijd van schaarste lijkt geen logische stap. Liander benadrukt echter dat netcongestie geen tijdelijk fenomeen is waar we ‘even doorheen moeten’. Sjoerdsma: “Fluctuaties en onvoorspelbaarheid op het net zullen blijven met nieuwe energiebronnen. Door flexibele opties in elektriciteitsverbruik serieus te onderzoeken, kun je als ondernemer de regie nemen richting deze toekomst. Vergeet ook het individuele flexibele contract niet, als een groepscontract (nog) niet lukt.”
Volgens Kloppers heeft niemand nog echt ervaring met deze veranderende risico´s en verantwoordelijkheden op het net. “Netbeheerders moeten sterker gaan leunen op ondernemers in het bewaken van grenzen voor een veilig stroomnet. Dat is spannend. Het is technisch, operationeel, financieel en juridisch balanceren tussen de belangen van de groep, de netbeheerder én de maatschappelijke opgave.”









