Hoe de OK het bereik van de medezeggenschap verbreedde

Hoe de OK het bereik van de medezeggenschap verbreedde
Shutterstock

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Door Jac. Janssen In zijn kantoor in Utrecht vertelt Loe Sprengers over het onderzoek dat hij samen met Marcus Meyer van de Universiteit van Maastricht uitvoerde ter gelegenheid van het veertigjarige jubileum van de Ondernemingskamer, een uniek Nederlands fenomeen. Sprengers is een van de samenstellers van het boek, een initiatief van de Werkgroep Medezeggenschapsrecht (van de Vereniging voor Arbeidsrecht VvA) waarvan hij ook voorzitter is. Met Meyer verzorgde hij het tweede hoofdstuk: het ‘turfhoofdstuk’ zoals hij dat noemt, waarin het gaat over de feiten en de cijfers – en welke betekenis we daaraan kunnen hechten. Hoewel de overige hoofdstukken andere interessante zaken belichten, waaronder de geschiedenis van de Ondernemingskamer, de rechters die aan het instituut rechtspraken en –spreken, het begrip ‘belangrijk uit WOR art 25 lid 1, het begrip ‘wezenlijke invloed’ en het sociaal plan, is er over de uitkomsten van die turfsessies ruim voldoende interessants te melden. Kijkend naar de cijfers is de vraag: welke trends kunnen we zoal onderscheiden en hoe verklaren we die?
Tip: Geheel up-to-date: deze herziene uitgave van WOR, Wet op de ondernemingsraden editie 2020. Naast uitgebreide toelichtingen is ook de jurisprudentie bijgewerkt.

De or van het Linge Ziekenhuis

Eerst een stukje geschiedenis. De Ondernemingskamer (OK) werd opgericht in 1971, maar werd pas actief voor ondernemingsraden met de herziening van de WOR in 1979. Na een aanloop werd de eerste beschikking (zoals dat in juridisch jargon heet) ‘gewezen’ inzake het Linge Ziekenhuis. Een zeer bepalende uitspraak, zo bleek al snel, die de reikwijdte van een procedure bij de OK meteen strak in de grondlak zette. De or van het Linge Ziekenhuis ging in beroep tegen een besluit van de bestuurder waarbij de or niet betrokken werd en de vraag was: is dit een zaak voor de kantonrechter of voor de OK? Kun je bij de OK een beroep aantekenen tegen een besluit, om de reden dat dit besluit niet voor advies is voorgelegd aan de ondernemingsraad?

Een landmark decision

Het werd dus de OK die hierover mocht oordelen. Een ‘landmark decision’, noemt OK-rechter Huub Willems deze beslissing (verderop in het boek). Willems is met 13 jaar veruit het langst voorzitter van de OK geweest. Hij was als voorzitter betrokken bij 193 uitspraken (1996 tot augustus 2009) en deed daarmee in absolute aantallen veruit de meeste uitspraken in de geschiedenis van de OK. Willems’ collega’s met wie Sprengers sprak zijn het met hem eens. Peter Ingelse bijvoorbeeld noemt het een ‘bepalende uitspraak’, die de medezeggenschap een serieuze positie gaf.

Waarom is die beslissing zo belangrijk geweest?

‘Onder meer doordat de OK hiermee zegt dat een or al in een vroeg stadium betrokken moet worden. Voordat een ondernemer tot een besluit kan komen, moet hij de belangen afwegen die een or inbrengt. Daarvoor dient die or natuurlijk eerst inzage te hebben gekregen in de overwegingen die tot een besluit leiden. Als dit soort zaken naar de kantonrechter zou zijn gegaan, was het tijdspad minder strak geweest omdat de procedures bij de kantonrechter er langer over doen voor ze aan bod komen. Daardoor was de druk die nu op een procedure staat veel minder geweest.’

Druk op de ketel bij de bestuurder

Sprengers legt uit wat die druk betekent. Een beroep bij de OK moet binnen een maand na de schriftelijke mededeling van het besluit worden ingesteld; dat dient een advocaat te doen door indiening van een verzoekschrift. Voor een or is die termijn kort, want zo vaak komen or’s niet bij elkaar. Daarom wordt nu vaak al beroep ingesteld voordat de onderhandelruimte op is. Doordat de or met dit beroep druk op de ketel zet bij de bestuurder, moet deze de zaak wel serieus nemen en bovendien vaart zetten achter de onderhandeling met de or, om te voorkomen dat de rechter een beslissing neemt die in zijn nadeel zou kunnen uitvallen. Daarin speelt ook mee dat bestuurders de publiciteit die bij zo’n procesgang hoort, liever vermijden. Het is geen fijne reclame voor een organisatie wanneer je eigen personeel tegen je procedeert.

Wel degelijk kansrijk voor een or

Overigens valt het aantal keren per jaar dat een uitspraak wordt gedaan best mee, met gemiddeld 13,3 keer per jaar. Het aantal aanvragen voor een procedure is veel hoger doordat driekwart (73%) van de beroepen wordt ingetrokken. Het feit dat er zoveel zaken worden ingetrokken is positief, voor zowel de ondernemingsraad als de onderneming waarin hij functioneert, want het betekent dat or en bestuurder er alsnog onderling uitkomen, vóór of zelfs tijdens of na de zitting. De zaken die uiteindelijk wél onder de hamer komen blijken minder kansrijk voor de or. In 43% krijgt de or zijn zin; in de overige 57% dus niet, als je de niet-ontvankelijkverklaringen erbij telt. Als je de ingetrokken beroepen meetelt, is het dus wel degelijk kansrijk voor een or om een procedure aan te spannen.

Een flinke uitschieter

De eerste figuur in het hoofdstuk van Meyer en Sprengers laat een flinke uitschieter zien van het aantal uitspraken in het jaar 1999, bijna drie keer het gemiddelde. De verklaring moeten we zoeken in het feit dat de medezeggenschap van de overheid twee jaar eerder pas de mogelijkheid kreeg zich tot de OK te wenden (’97), en blijkbaar een inhaalslag maakte met een aandeel van 30% in het totaal. Sprengers verklaart het hoge aantal procedures door overheid-or’s doordat het ging om nieuwe wetgeving die nieuwe vragen opriep, vooral over de uitleg van de bepaling over het primaat van de politiek. Verder speelt de wijze waarop overheidsinstanties werken een rol. Er zijn zoveel lagen waar je doorheen moet, en bovenaan in de hiërarchie staat dan ook nog een wethouder, gedeputeerde of minister. ‘Dat maakt het lastiger ‘wheelen en dealen’ dan in het bedrijfsleven’, zegt hij, met als gevolg dat een intrekking minder snel tot stand kan komen. Daar is gewoon minder tijd voor. In hun onderzoek maken Meyer en Sprengers een onderscheid in Markt I (profit en zakelijke dienstverlening), Markt II (de zorg, cultuur en andere ‘zachte’ sectoren) en Overheid. Dat in de overheidssector minder zaken worden ingetrokken, verklaart mede het iets grotere succes voor or’s bij de Ondernemingskamer in die sector dan in de andere sectoren.

Opnieuw een uitspraak die insloeg als een bom

Het interview van Sprengers en Paul Witteveen met drie (oud)voorzitters van de OK, levert ook interessante inkijkjes op. Een paar jaar geleden, bijvoorbeeld, was er opnieuw een uitspraak die ‘insloeg als een bom’. Het betreft de Uniface-beschikking over een (voornemen) tot overname en het moment waarop je de or daarbij moet betrekken. De uitspraak van de Ondernemingskamer viel uit in het voordeel van de or en verbreedde daarmee opnieuw het bereik van de medezeggenschap. De boodschap aan bestuurders was duidelijk: neem de medezeggenschap serieus, anders kun je worden teruggefloten. En dan hebben we nog maar een klein stukje belicht van dit boek, dat zo rijk is aan cases dat het een mooie staalkaart oplevert van 40 jaar Ondernemingskamer. En daarmee indirect aantoont hoe gezegend wij zijn met de manier waarop de medezeggenschap in Nederland is geregeld. 40 jaar rechtspraak Ondernemingskamer over adviesrecht, 2019, Boom Juridisch. Lees ook:
WOR, uitgave 2020 Geheel up-to-date: deze herziene uitgave van WOR, Wet op de ondernemingsraden editie 2020. Naast uitgebreide toelichtingen is ook de jurisprudentie bijgewerkt en zijn eerdere wijzigingen nader aangevuld.  
tabletVerdiepingscursus Advies- en instemmingsrecht Voor de or is het van groot belang om de belangrijkste bevoegdheden tot in de puntjes te kennen en in de praktijk goed te kunnen toepassen. Vergroot je kennis met de Verdiepingscursus Advies- en instemmingsrecht.
Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.