Energiebeheer Nederland (EBN) liet in zestien gemeenten een onderzoek uitvoeren onder ruim 14.500 Nederlanders. Het onderzoek werd vooral gedaan om gemeenten te helpen in het kiezen van een strategie voor de benodigde warmtetransitie. Ze gaven het rapport de titel: ‘Betaalbare warmte is meer dan een rekensom’.
Als belangrijkste conclusie noteren onderzoekers van MSG Sustainable Strategies en Populytics dat er steun is voor een overstap op duurzame warmte. 61 procent van de deelnemers vindt overstappen van aardgas op duurzame warmte een goed of zelfs een heel goed idee. 17 procent vindt dat juist een (heel) slecht idee.
Macht van overheden en bedrijven
Deelnemers werd gevraagd wat overheden volgens hen vooral in de gaten moeten houden om duurzame warmte betaalbaar te houden. De meesten vinden het belangrijk dat warmtebedrijven niet te veel winst maken. Tegelijk willen ze ook niet dat de overheid téveel gaat bepalen, zelfs als dat zou helpen om de kosten te drukken.
Dat blijkt uit de ordening die deelnemers maakten van zeven ‘doelen’ voor de overheid om op te letten bij het betaalbaar houden van duurzame warmte. Bovenaan zetten deelnemers het doel ‘energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winsten.’ Onderaan eindigde ‘De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden.’

Deelnemers noemen als argument voor het eerste doel dat energiebedrijven nutsbedrijven zouden moeten zijn, zonder winstoog merk. Het onderzoek laat ook een lichte voorkeur zien voor één publieke energieleverancier boven meerdere private energieleveranciers. Dat sluit aan bij de Wet Collectieve Warmte, die waarschijnlijk in 2026 van start gaat. Volgens deze wet zouden warmtebedrijven in 2036 allemaal een maatschappelijk meerderheidsbelang moeten hebben.
Relatieve betaalbaarheid
Het rapport adviseert gemeenten om de betaalbaarheid van een warmtenet niet alleen cijfermatig te beoordelen, maar ook oog te hebben voor hoe bewoners die betaalbaarheid beleven. Voor veel mensen speelt mee dat een aanpak betaalbaarder voelt als die veel CO₂ bespaart. Ook belangrijk is als de woning in de zomer kan worden gekoeld.
Verder wijzen de onderzoekers gemeenten op een rapport van Berenschot over kaders van betaalbaarheid. Of bewoners nieuwe duurzame warmte betaalbaar vinden hangt bijvoorbeeld ook af van wat zij daarvóór voor warmte betaalden. Ook speelt de terugverdientijd van de overstap mee, hoe de kosten deel uitmaken van hun besteedbare inkomen en of inwoners van de wijk zelf hebben ingestemd met de betaalbaarheid.
Bij het rangschikken van doelen voor overheden in de warmtetransitie eindige als nummer 2 ‘zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder.’ Als argument hiervoor gaven deelnemers aan dat energie al duur is en betaalbaar moet blijven voor mensen die nu al moeilijk rondkomen.
Burger-consument paradox
De uitkomsten van het onderzoek laten niet per definitie zien wat inwoners zouden kiezen als ze daadwerkelijk geconfronteerd worden met aanbiedingen van duurzame warmte. In de enquête vroegen de onderzoekers iedereen expliciet om te antwoorden als burger en niet als consument. De ‘burger-consument paradox’ is een bekend fenomeen. Die zorgt er bijvoorbeeld voor dat burgers die dierenleed verwerpelijk vinden als consument toch vlees kopen uit de bio-industrie. Deelnemers hebben in dit onderzoek dus steeds geprobeerd te denken voor gemeenten. Ze maakten dus beslissingen voor een hele wijk of stad.












