De Wet collectieve warmte is al jaren in de maak en gaat over de toekomst van warmtenetten. Deze moeten de komende decennia grotendeels in publieke handen komen. Deze ‘socialisering’ werd door Rob Jetten in gang gezet. Om meer publiek te kunnen sturen op collectieve warmte zonder uitstoot van broeikasgassen, en om leveringszekerheid en betaalbare kosten voor consumenten te borgen. Het wetsvoorstel moet nog wel worden beoordeeld door de Eerste Kamer.
Ophaalrecht
De Wcw gaat niet alleen over het publiek eigenaarschap van warmtebedrijven en warmtenetten, maar ook over de herkomst van die warmte. Warmtebedrijven kunnen daarvoor aankloppen bij bedrijven die restwarmte produceren. Dat zijn bedrijven die warmte overhouden en deze overtollige warmte ongebruikt afgeven aan water of lucht. Warmtebedrijven mogen die restwarmte benutten als zij zijn aangewezen voor de ontwikkeling van een warmtenet. Zij draaien dan zelf op voor de kosten voor extra infrastructuur, en de aanpassing van processen om de warmte te leveren. Voor de warmte zelf hoeven zij niet te betalen.
Geen investeringen
Bestaande energiebedrijven zijn niet blij met de wet. Eneco vindt het bijvoorbeeld jammer dat er is besloten tot een verplicht publiek meerderheidsbelang in warmtebedrijven. Volgens de wet mogen gemeenten voor het ontwikkelen van een warmtenet alleen warmtebedrijven aanwijzen die voor meer dan 50% in handen zijn van de overheid. “Hierdoor zijn wij bang dat de warmtetransitie voorlopig stil blijft staan”, aldus een woordvoerder van het bedrijf.
“Door de onzekerheid investeren wij en mogelijk ook andere private warmtebedrijven niet in de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten. Terwijl publieke warmtebedrijven nog niet de kennis, het personeel en de realisatiekracht hebben die noodzakelijk is voor een versnelling.”
Daar is ook David Smeulders bang voor. Hij is professor energietechnologie aan de Eindhoven University. “Het voornaamste knelpunt voor warmtenetten is het aanleggen van de infrastructuur. Er moeten heel veel pijpen de grond in en daar is financiële investeringskracht en kennis voor nodig. Dat hebben gemeentes niet, op een paar grote na.”
Gevoelige bedrijfsinformatie
Ook het ophaalrecht vindt Smeulders niet goed uitgewerkt. Voor bedrijven is het al een hele hobbel om informatie te geven over de hoeveelheid restwarmte die zij produceren. “Heineken en Bavaria willen echt niet zeggen hoeveel warmte zij wegkoelen. Bedrijven willen graag optimaal produceren. Als je veel restwarmte beschikbaar hebt, maak je eigenlijk te veel kosten voor je product.” Restwarmte gratis afleveren aan warmtenetten is volgens Smeulders ook niet aantrekkelijk.
De gemeente Eindhoven, met een eigen warmte- en energiebedrijf, is juist blij met de wet. Rik Thijs, wethouder klimaat en energie: “Hiermee wordt erkend dat de energietransitie en de bijbehorende infrastructuur een publieke taak is. Als de markt alleen de lucratieve projecten oppakt, blijven de minder rendabele projecten over. En dat zijn nou juist de wijken met hoge energiearmoede, oude huizen en een moeilijkere infrastructuur. Met een publiek meerderheidsbelang kun je zowel de meer als minder rendabele projecten oppakken.”
Lock-in-effect
Het ophaalrecht vindt Thijs ook goed klinken, ook al waarschuwt hij wel voor het lock-in-effect. “Dat kan gebeuren als je een warmtenet aansluit op de restwarmte van een bedrijf waar je in de toekomst misschien juist vanaf wil. Of waarbij je wil dat het bedrijf verduurzaamt en daarmee juist minder restwarmte produceert. Dan moet je voorkomen dat je systeem op die restwarmte draait.”
Eindhoven heeft volgens Thijs net afspraken gemaakt met een datacentrum over restwarmte. “Die restwarmte gaan wij gebruiken om de warmte uit de biomassacentrale te faseren. We leveren ook weer koelte terug aan het datacentrum.” Ook zonder het ophaalrecht vallen er dus afspraken te maken over restwarmte. Thijs: “Maar het is natuurlijk altijd handig om zo’n ophaalrecht achter de hand te hebben.”










