De ISDE-subsidie voor warmtepompen wordt na 2026 misschien niet meer verstrekt in warmtenetgebieden. Dat blijkt uit een beleidsoverzicht van het Planbureau voor de Leefomgeving, dat dient als achtergronddocument bij de Klimaat- en Energieverkenning 2025. Er wordt nu gekeken of deze maatregel juridisch houdbaar en uitvoerbaar is.
Vollooprisico
De plannen volgen een advies van de Algemene Rekenkamer, uit het rapport ‘Een koud bad voor warmtenetten’ (begin 2024). Daarin zet de Rekenkamer uiteen hoe een subsidie voor warmtepompen in warmtenetgebieden de Nederlandse warmtetransitie in de wielen rijdt. Dat begint bij de ambitie in het Klimaatakkoord om alle woningen in 2050 aardgasvrij te maken.
De Nederlandse overheid mikt daarbij op warmtenetten in ongeveer een derde van het land. In veel dichtbevolkte wijken is een netwerk van warmwaterleidingen maatschappelijk gezien namelijk de voordeligste manier om alle huizen van warmte te voorzien. Maar het kost wel wat om zo’n warmtenet in de grond te krijgen. In de begroting 2026 reserveert het ministerie € 174,5 miljoen, zodat warmtebedrijven tegen aantrekkelijke voorwaarden geld kunnen lenen voor de aanleg.
De afbetaling daarvan moet uiteindelijk worden verdeeld onder alle op het warmtenet aangesloten huishoudens. Dat zijn er dus het liefst zoveel mogelijk. Voor ontwikkelaars van een warmtenet is het daarom niet handig als individuele bewoners kiezen voor een warmtepomp. Als zij voor hun eigen warmte zorgen en hun financiële bijdrage wegvalt, gaan de aansluitkosten voor hun buren omhoog. De haalbaarheid van een warmtenet komt zelfs in gevaar als de kosten voor aangesloten huishoudens te hoog worden. Al eerder waarschuwden warmtebedrijven voor het zogenoemde vollooprisico. De aangelegde buizen van een warmtenet moeten letterlijk vollopen met warmte voor woningen. Bij te weinig warmtevraag, is er onbenutte capaciteit.
Warmtepomp past niet
Het is onduidelijk hoe groot dit probleem precies is. Het rapport van de Rekenkamer licht twee wijken uit waar de overlap van warmtenetten en warmtepompen groot is. In De Zuidlanden in Leeuwarden is 46% van de huishoudens aangesloten op een warmtenet, terwijl 20% is aangesloten op een warmtepomp. De Tilburgse wijk Witbrant telt 85% warmtenetaansluitingen tegenover 10% warmtepompen.
Dat klinkt ernstig, maar precies deze wijken ervaren desgevraagd geen problemen met botsende warmtepompen en warmtenetten. De grotere wijk Tilburgse Witbrant beslaat bijvoorbeeld veel meer gebied dan alleen het ene buurtje met een warmtenet. Dat buurtje heeft geen last van warmtepompen. Hetzelfde speelt in Leeuwarden. Joep Poot, projectleider energietransitie van de gemeente Leeuwarden: “De Zuidlanden is een grote wijk en bestaat uit verschillende buurtjes; slechts één daarvan heeft een warmtenet.”
Dat deze gemeente nog weinig problemen ondervindt van warmtepompen in warmtenetwijken, komt volgens Poot doordat buurten die geschikt zijn voor een warmtenet vaak ongeschikt zijn voor warmtepompen. "Dan hebben we het bijvoorbeeld over oude stadswijken, waar woningen soms moeilijk zijn te isoleren. Een warmtepomp levert vaak water op lage temperatuur en krijgt daarmee een slecht geïsoleerde woning niet warm. Een warmtenet - vaak met hogere temperaturen water - kan dat wel. Oude stadswijken zijn ook geschikt voor warmtenetten omdat woningen daar vaak dicht op elkaar zitten, bijvoorbeeld in flats. Warm water koelt dan weinig af onderweg van huis naar huis. Weinig ruimte tussen woningen is juist níet handig voor relatief grote en lawaaiige warmtepompen."
Veel gedoe
Ook kleine particuliere warmtenetten merken weinig concurrentie van warmtepompen. Neem bijvoorbeeld het Amsterdamse WG-terrein. Hier gaat energiecoöperatie KetelhuisWG zo’n 1.500 woningen rondom het voormalige Wilhelmina Gasthuis verwarmen met warmte uit het Jacob van Lennepkanaal. De aanlegkosten, in totaal zo’n € 25 miljoen, betaalt de energiecoöperatie met een goedkope lening van de gemeente, in totaal zo’n €12 miljoen subsidie en een flinke investering van een woningbouwcorporatie, met 700 woningen op het terrein. Zo’n corporatie kan ver vooruit kijken en dat is handig voor warmtenetten die minstens dertig jaar functioneren. Vaak halen de netten wel de vijftig of zestig jaar. Het oudste Nederlandse net voor het voormalige Academisch Ziekenhuis Utrecht stamt uit 1923.
Dat steekt goed af tegen een warmtepomp - in theorie slechts vijftien jaar bruikbaar. Ted Zwietering, een van de initiatiefnemers van de energiecoöperatie, verwacht dan ook weinig concurrentie van warmtepompen. Die passen niet goed op de balkons en zijn straks bijna drie keer zo duur als een aansluiting op het warmtenet. Hij heeft op het WG-terrein één warmtepomp zien staan op het balkon van een 'early adapter’.
Geduld
Een individuele warmtepomp kost niet alleen veel geld, maar ook veel moeite, zegt Wanka Lelieveld, initiatiefnemer van bewonerscoöperatie Warmtebedrijf Oost-Wageningen. In de Benedenbuurt in Wageningen ontwikkelt de coöperatie een klein warmtenet voor zo’n 450 woningen. Dat zijn grotendeels appartementen of sociale huurwoningen. Zo'n 35% bestaat uit grondgebonden koopwoningen. Daarvan hebben nu vier of vijf woningen een warmtepomp, schat Lelieveld.
Hij verwacht niet dat dit er veel meer gaan worden. “Mensen hebben vandaag de dag veel aan hun hoofd en willen zich niet verdiepen in energierekeningen, radiatoren en installateurs. Bij ons hoef je geen beslissingen te nemen en loop je geen risico. Het enige dat wij vragen is geduld.” Dat geduld van de Benedenbuurt-bewoners is inmiddels wel flink op de proef gesteld. Tien jaar na de eerste stappen voor het warmtenet zijn onlangs de verleende omgevingsvergunningen vernietigd, omdat de warmteopwek misschien te veel geluid gaat produceren.
Airco's grotere concurrent
Warmtebedrijf Oost-Wageningen gaat wel door. Daarbij maakt Lelieveld zich minder zorgen over warmtepompen dan over airco’s. Dat zijn strikt genomen ook warmtepompen, maar dan leveren ze geen op temperatuur gebracht water maar lucht. Zo’n lucht/lucht-warmtepomp kost een stuk minder investeringen en minder moeite om te installeren dan een lucht/water-warmtepomp. “Als mensen airco’s gaan gebruiken om te verwarmen, neemt de warmtevraag af. Daarmee is het een concurrent voor warmtenetten. Hoewel zo’n woning op koude dagen en voor warm tapwater afhankelijk blijft van gas.”
Ook Tilburg ziet in warmtenetgebieden meer problemen ontstaan door airco's dan door water afleverende warmtepompen, vertelt een woordvoerder. In de wijk Witbrant ligt een warmtenet van het bedrijf Ennatuurlijk, met zo’n 29.000 aansluitingen. “Die stadsverwarming levert alleen warmte, geen koude. We zien in dat gebied dat bewoners airco’s plaatsen om woningen te koelen. Mondjesmaat besluiten deze bewoners om het warmtenet van Ennatuurlijk af te sluiten en de woning geheel te koelen én te verwarmen met deze airco’s.” Volgens Ennatuurlijk valt dit wel mee, omdat airco’s vaak niet genoeg verwarmen als het buiten echt koud is.
Tegen concurrentie van airco’s - en voor het comfort van bewoners - ontwikkelt het gemeentelijke Warmtebedrijf Tilburg warmtenetten die ook koude leveren voor de wijken Tilburg Zuid en Tilburg Kenniskwartier. Subsidies voor warmtepompen in warmtenetgebieden hoeven van de gemeente niet te worden geschrapt. Tilburg denkt met bestaande subsidies voor warmtenetten een aansluiting op nieuwe warmtenetten voordelig genoeg te kunnen maken.
Probleem komt nog
Het probleem van warmtepompen in warmtenetgebieden speelt nu misschien nog niet zo, maar dat gaat nog wel gebeuren, verwacht Joost Aerts van de Algemene Rekenkamer. Hij schreef ook mee aan het rapport. Aerts: “Gemeenten plannen warmtenetten nu nog vooral in nieuwbouwwijken, waar zij zelf kunnen kiezen om woningen aan te sluiten. Maar om heel Nederland gasloos te maken, moeten er ook warmtenetten komen in bestaande stadswijken met verschillende soorten woningen. Als een bepaalde categorie huishoudens daar uitvalt omdat zij kiezen voor een warmtepomp, wordt de basis waarop je een warmtenet kunt bouwen steeds smaller.”
Achter de schermen klagen gemeenten soms ook over woningbouwcorporaties die hun woningen massaal voorzien van warmtepompen om zelf tijdig aan verduurzamingsbeloftes te voldoen. Daarmee verslechteren ze het 'businessmodel' van een warmtenet in de wijk en overbelasten ze bovendien het elektriciteitsnet. Maar dit blijven anonieme verhalen. Concrete voorbeelden wil niemand geven.
Of de beperking van ISDE-subsidies in warmtenetgebieden ook woningbouwcorporaties gaat raken, is de vraag. De wijziging in de subsidieregeling moet sowieso nog praktisch worden uitgewerkt en geldt niet voor 2026. Het zou kunnen dat het ook daarna niet uitvoerbaar of niet juridisch houdbaar blijkt om bepaalde gebieden uit te sluiten van warmtepompsubsidies.











